Enkele reisimpressies uit Georgië

 

 

Hieronder vind je enkele korte reisimpressies uit Georgië. Voor Turkije moet je hier zijn.

Een verrassende klim tot in de alpenweiden: 2 augustus

We besluiten de weg te nemen via Sairme. De baan kronkelt wat op de kaart, het blijkt wat omhoog te gaan, we zien het zitten. In het begin stijgt de weg lichtjes langs de rivier. We zijn blij. Als dit zo voortgaat tot aan de top, is dat prima. Zeer in de hoogte zien we de alpenweiden. We staan er niet bij stil dat dit het einddoel is van deze dag. Bij de ingang van het nationaal park horen we dat het nog heel ver is tot Sairme en dat we er zeker diezelfde dag niet meer zullen geraken. En inderdaad: het pad begint, zigzaggend de berg omhoog, eindeloos omhoog, scheve weg, stenen, gleuven, bos (we zien dus niet waar het pad ons naar toe brengt). Na lang gezwoeg – en eigenlijk hebben we niet veel water bij – bereiken we de boomgrens. We zijn al ongelofelijk geklommen. De omgeving is prachtig. We zien hoog boven ons een paar huisjes staan. De weg gaat daarnaar toe. Gelukkig komen we er net voor de onweersbui aan. We logeren er bij een herder. De koeien worden gemolken, we krijgen een paar raki’s aangeboden, wat brood, kaas, tomaat, komkommer en zelfs frietjes!

Fietsen Georgië Fietsen Georgië


Beuh of keukelekeu – hilarisch: 5 augustus

We rijden van Zugdidi naar het stuwmeer. We vieren heel kort onze 2000 km en komen op het einde van het stuwmeer in een restaurantje terecht. ’t Is een rare bedoening. In elk geval kunnen we er nog iets voor avond eten. We moeten eten wat de pot schaft. Ik wil weten welk vlees het is. Aangezien we elkaar niet verstaan, boots ik een kip na. Waarna de madam van het restaurantje haar handen als hoorns aan haar hoofd zet en beuh zegt. We hebben elkaar begrepen!


Weggejaagd van ons kampeerplaatsje: communicatiestoornis

We zijn op weg naar Kutaisi. Na vele kilometers dalen (vanaf Ushguli) worden we verrast door een hevige klim. Beneden passeren we een politiekantoor en de politieagent zwaait vriendelijk. We zwoegen de berg omhoog. Boven aangekomen zien we een eindje van de weg, en goed verstopt, een kampeerplekje. Aangezien we geen water meer bijhebben, vragen we een paar automobilisten om onze drinkbus te vullen.
We glippen naar onze kampeerplaats, overtuigd dat niemand ons gezien heeft. We bereiden een lekkere gehaktschotel en dan komt de politieman langs. Hoe hij weet dat we daar staan: geen enkel idee.

Hij probeert ons iets te vertellen. We denken hem te begrijpen: er zitten gevaarlijke beesten in het bos en we mogen daar absoluut niet blijven. Hij zegt dat we naar het politiekantoor moeten om daar te overnachten. We zijn niet enthousiast: morgen die berg weer op. Na wat handgebaar menen we te begrijpen dat hij een camionette gaat zoeken en ons zal komen halen. We pakken ons boeltje in en gaan langs de weg staan. We wachten en wachten en wachten. Ondertussen is het pikdonker en zien we wat bliksemschichten. Rond 21.30 u. nemen we een besluit: blijven kunnen we niet, teruggaan is geen optie, dus rijden we verder in de hoop nog ergens licht te zien branden. Na een vijftal kilometer zien we gelukkig een huis. We kloppen zeer luid op de poort en na enige tijd komt een oud madammeke opendoen. Ze schrikt zich een bult: een fietser met fluojas, rode helm en een zaklamp. Ze moet toch binnen even haar huisgenote raadplegen. Na enige aarzeling mogen we binnen. En die goede ziel bereidt voor ons nog een avondmaal. Ze maakt een bed op voor ons en we slapen allemaal in dezelfde huiskamer.

Politie-escorte voor 40 km: 14 augustus


We fietsen via Kharagauli naar Surami. Het is zo’n 40 km. De weg is verlaten, we komen enkel een paar dorpjes tegen. Om de één of andere duistere reden besluit de politieman van dienst ons te begeleiden. Hij rijdt ofwel vlak achter mij – en dat werkt serieus op mijn systeem – ofwel juist voor Veronique, ook zeer ergerlijk. In het eerstvolgend dorpje besluiten we toch te stoppen en vragen met handen en voeten waarom hij meegaat. We krijgen geen antwoord. Hij volgt ons gedurende zeker 3 lange uren. Telkens wij stoppen, stopt hij ook. Eens bij de grote baan, doet hij teken dat wij naar rechts moeten, zwaait eens en keert terug. Van een zinvolle en boeiende tijdsbesteding gesproken. Iedere keer dat we nadien nog een politieauto zagen, probeerden we ongezien te passeren.  

 

naar top

Webdesign: S. Dessein